22 ste Zondag. B – 2 september 2018

Gepubliceerd op: 03/09/18

Kent u de overeenkomst tussen een mossel, een oester en een schildpad? Deze dieren hebben geen ruggengraat, maar een schild om zichzelf te verdedigen. Langzamerhand komen in de natuur de gewer­velde dieren. Zij hebben een ruggengraat en hebben geen schelp nodig om in te leven.
Als katholieken hebben we ook lang in een schelp geleefd. Een schelp van verplichtingen en ge­boden en verboden. Wij moes­ten elke dag naar de mis, goed­schiks of kwaadschiks; wij ba­den samen het rozenhoedje, graag of niet. En als je naar bed ging, had je de afdrukken van de vloer in je knieën; op vrijdag aten we geen vlees; met je vriendin op vakantie gaan was uit den boze, kon en mocht niet. We hebben ons van die schelp bevrijd. De vraag is wel of we, wat ons geloof betreft, die schelp van uiterlijke verplichtingen hebben vervangen door een innerlijke ruggen­graat!

Dieren kunnen pas hun schelp missen als ze een ruggengraat hebben die sterk genoeg is om zichzelf te kunnen verdedigen. Het is niet goed om je voortdurend terug te trekken in de schelp van gewoonten en voorschriften. Ieder mens heeft een ruggengraat nodig om niet weerloos naar links en rechts geslingerd te worden. Natuurlijk moet er orde zijn in kerk en wereld. Met chaos is niemand gediend. Daar ga je in ten onder. Daar ga je aan kapot. Maar orde is niet hetzelfde als starheid en onveranderlijkheid. Want daar gaat een mens ook aan kapot. Maar hoe vind je tussen die twee uitersten een gezond evenwicht?
Een goede vraag, juist in deze dagen waarin onze Katholieke geloofsgemeenschap wordt opgeschud door beschuldigingen aan het adres van de paus, voor het gebrek aan zorgvuldig afhandelen van seksueel misbruik van minderjarigen binnen de kerk. Waar mensen, priesters en religieuzen zoals mijzelf verketterd worden omdat wij ervoor uitkomen homo, lesbisch, oftewel gay te zijn.

Ja, hoe vind je in kerk en wereld orde die niet hetzelfde is als starheid en onveranderlijkheid waaraan de mens kapot gaat. Hoe vind je tussen die twee uitersten een gezond evenwicht?
Volgens de Farizeeën en Schriftgeleerden zit Jezus fout. Hij neemt het niet zo nauw met de reinigingsvoorschriften. Natuurlijk weet Jezus ook wel dat het goed is om voor het eten je handen te wassen. Dat voorkomt dat met het eten allerlei vuil naar binnen kan komen. Met dit voorschrift heeft Jezus geen moeite, maar wel met het feit dat mensen dat tot een cultus maken. Jezus is niet zo gevoelig voor die eeuwenoude voorschriften. Hij ziet er zelfs het gevaar van in, want als je je vasthoudt aan de buitenkant van de dingen, dan raak je nooit écht vrij aan de binnenkant. Niet wat de mens binnengaat bezoedelt de mens, maar wat uit de mond van de mens komt.
Je star vasthouden aan voorschriften die zijn vastgelegd door vorige generaties kan de geest blokkeren, die mensen in vrijheid zoekt. Door sommige mensen wordt het onderhouden van de voorschriften beschouwd als een paspoort voor de hemel. Jezus kiest voor de binnenkant van de mens: kiest voor zijn hart. Zijn tegenstanders beoordelen de mens naar de buitenkant: of je je aan de voorschriften houdt. En daar hoeft zelfs geen hart achter te zitten!

Na het Tweede Vaticaans Concilie zijn we als katholieken uit onze schulp, uit onze schelp, gekropen. De vraag is of we er een ruggengraat voor hebben teruggekregen. Zijn we, ook in hier in Muiden, Muiderberg en Weesp, christenen met een ruggengraat? Jezus is gekomen om ons te bevrijden uit onze schulp van uiterlijke verplichtingen, zodat we in de geest van vrijheid, met heel ons hart, ons richten op God en de mensen om ons heen. "Dit volk eert mij met de lippen, maar hun hart is ver van mij". Het gaat altijd om een christendom dat tot leven komt, niet in woorden, maar in daden, niet in het elkaar veroordelen maar el­kaar bemoedigen.
Het Evangelie is duidelijk: als je geen liefde hebt voor elkaar, vallen dromen in duigen. Als je de liefde niet hebt, heeft de wet geen enkele zin. Paulus zal later in zijn eerste brief aan de christenen van Korinthe, zeggen: ‘al laat ik mij levend verbranden, al ken ik alle geheimen van de wetenschap en heb ik een geloof dat bergen verzet, zonder liefde dient het mij tot niets!’ Waar de wet vergezeld gaat met de liefde, is het woord van God niet langer 'n devotielicht, maar een lamp voor onze voeten.

Pater Jan Haen C.Ss.R.