22e zondag door het jaar: Jesaja 55, 1-6; Matteüs 16, 21-27

Gepubliceerd op: 03/09/17

In het evangelieverhaal van Matteüs vorige week werd verteld dat Jezus Petrus zijn rots noemde op wie hij kon bouwen.
In het vervolg van dit verhaal, dat zojuist voorgelezen is, krijgen wij te horen dat Jezus tegen Petrus zegt, ‘Ga weg Satan!’ Wat is hier aan de hand. Dit is toch gek. De Messias, zo geloofden de Joden, zal het volk Israël redden. Kern van dit volk is Jeruzalem, de stad van God. Daar gaat Petrus dus terecht niet op in. Ook in zijn ogen is het logisch dat Jezus naar Jeruzalem moet gaan. Maar wat daar volgens Jezus op hem wacht, mag niet gebeuren. Petrus doet een beroep op God, die dit moet verhoeden. De reactie van Jezus komt uit eenzelfde hoek, de hoek van dat wat ons overstijgt: “ga weg satan, terug!” Degene die hij net nog een rots heeft genoemd, blijkt nu een struikelblok. Jouw gedachten zijn niet Gods gedachten, maar die van mensen, krijgt Petrus te horen. Petrus plaatst God tegenover de mensen, en dat is in de ogen van Jezus gekkenwerk. Wie of wat is er nu werkelijk gek?
Als Jezus gedoopt is, in het begin van het evangelie volgens Matteüs, wordt hij door de Geest naar de woestijn gebracht om door de duivel op de proef gesteld te worden. “Als u de Zoon van God bent, zeg dan dat deze stenen brood worden”, zegt de duivel. “Als U de Zoon van God bent, spring dan naar beneden van de tempeltoren om door de engelen opgevangen te worden”. En de duivel laat Jezus alle koninkrijken van de wereld zien en zegt: “dit alles is voor u als u in aanbidding voor mij neervalt”. Toen zei Jezus voor het eerst in het evangelie van Matteüs: “ga weg, satan”.
Satan overstijgt ons, net als God, maar satan is een verleider. Hij daagt je uit je te bewijzen, maakt je wijs dat de wereld aan je voeten ligt, prikkelt je om je als een god te gedragen. Deze verleider is ons vertrouwd, zit in ons en is onder ons. Kijk maar naar de reclame. Kijk naar de mannetjesmakerij in de politiek, op radio en televisie. Kijk naar de scoringsdrift in onze samenleving; ieder wil zijn of  haar punt maken. Kijk naar de zorg die wordt uitgekleed onder het mom van: ieder verdient het beste en heeft er recht op voor zichzelf te zorgen, en als je hulp nodig hebt kijk je eerst naar de eigen omgeving. Onze regering heeft hier zelfs een mooi woord voor gevonden: de participatiesamenleving. De participatiesamenleving lijkt zo menselijk, net als wat Petrus doet en zegt, maar het is duivelswerk, omdat ikzelf erin centraal sta. Ik ben het middelpunt, waar alles om draait en waar je je naar moet voegen.
Maar  o wee als ik mijzelf niet redden kan. De samenleving waarin wij leven is hard, en dat is geen wonder met zoveel `ikken`. Wie zichzelf niet redden kan schuift naar de rand, verdwijnt uit beeld, is aan de goden overgeleverd. Dat is inderdaad gekkenwerk, duivelswerk. Wat Jezus voor ogen staat is het koninkrijk Gods. In dat rijk is plaats voor ieder mens. God verleidt niet, zoals de duivel, om jezelf groot te maken, jezelf te verheffen. God houdt van mensen, van ieder mens. Het evangelie van vandaag laat zien, dat God en zijn Messias niet bezig zijn een soort elite te vormen, super mensen, super gelovigen, de ware christenen. Het gaat hun om mensen die verantwoordelijkheid willen dragen door alles heen; die zich met andere woorden niet laten kisten door de ellende die je in je leven meemaakt; om mensen die aan een God die voor mensen kiest antwoorden: “ja: voor Jou en voor wie Jij staat wil ik er zijn”. Natuurlijk maak je dan fouten, vlieg je uit de bocht zoals Petrus, en je wordt daar niet op afgerekend; je wordt er juist rijper door.
Het is waar; God zelf blijft iets ongrijpbaars, zoals een toekomst waar je je hand niet op kunt leggen.
Maar in Jezus wordt deze toekomst vlees en bloed. Jezus liet mensen ervaren dat het Rijk God geen politiek plan is, geen ideologie, geen wetenschappelijk verantwoord project, maar het zien en gezien worden als mens, die je respecteert, zoals je jouw zus of broer respecteert en deze jou.
Wat kan een mens geven in ruil voor zichzelf? Niets. En toch proberen we dit voortdurend en maken zo van ons leven een koehandel. Leven is geen kwestie van ruilen, maar van inzetten, van geven. Dat is de mentaliteit die Jezus liet zien. Dit is de mentaliteit die van ons gevraagd wordt: je leven inzetten, geven. God kijkt echt niet naar wat we allemaal goed en fout doen. God kijkt of we leven, en dat betekent voor ons mensen: samenleven.

God is geen almacht; God werkt met gewone, kwetsbare mensen zoals Petrus en zijn opvolgers: u en ik. Jezus heeft dat zichtbaar gemaakt. Concentreer je dus op hem als je je afvraagt: hoe verder? Ga achter hem aan in plaats van jezelf tot middelpunt te maken, en je zult ervaren dat Jezus geen eindstation is, maar een middelaar, een weg naar toekomst, naar God.
Wie Jezus navolgt ziet in een ander een mens, een deel van Gods koninkrijk, en daar ga je je dan vervolgens vanzelf naar gedragen. Vrolijk word je daar vaak niet van, wel gelukkig.

Pater Jan Haen C.Ss.R. met dank aan Pater Theo Koster O.P.