29ste zondag door het jaar: Jesaja 45:1-6. Mattheüs 22.15-21

Gepubliceerd op: 22/10/17

Weesp. 22 oktober 2017

Jesaja 45:1-6. Mattheüs 22.15-21

Belastingen. Daar weten wij wel van. Alhoewel. Ikzelf  begrijp de belasting aanslag  meestal niet en moet het daarom elk jaar weer uitbesteden aan deskundigen. Ja, wij mogen weer mee betalen  aan wegen (en files) kinderopvang, onderwijs, enz. enz. Wij doen het niet graag, maar wij zien de noodzaak er wel van in en betalen.
Dat is een andere situatie dan in het evangelie. In het Romeinse rijk moest elke man tussen de 14 en 65 en elke vrouw tussen 12 en 65 jaar belasting  betalen op roerende goederen. Bij de armen gold het eigen lichaam als roerend goed. Je bezit, maar dus ook van je lichaam behoorde niet aan jezelf, maar aan de keizer van Rome. Belasting betalen was de erkenning van de oppermacht van de keizer. Het was een blijk van loyaliteit. Het teken dat je in laatste instantie zijn bezit, zijn knecht was. Belasting betalen had zo een religieuze betekenis: de keizer is je Heer. Op hem moet je je oriënteren. Hij is de bron van je rijkdom. Voor joodse mensen was dit moeilijk. Want immers, het land behoorde aan God. Land mocht voor hen niet verkocht worden, want de aardse bezitter is slechts een vreemdeling die bij God te gast is. God is de Heer, niet de keizer. Sterker nog: God is de Heer van de keizer. Mocht je belasting betalen? De farizeeën vonden eigenlijk van niet, de Herodianen van wel. Samen maken ze een gemene zaak tegen Jezus. Ze vleien hem, Meester wij weten dat Gij oprecht zijt en de weg van God met oprechtheid leert:’ enz. En dan stellen ze hem voor de keuze: belasting betalen of niet. En eigenlijk is heel humoristisch wat Jezus dan doet en zullen zijn leerlingen wel gelachen hebben. Hij laat ze een munt van de keizer produceren; zelf heeft hij zo’n munt niet. En dan zegt hij, ‘Wel als je zulke munten hebt en gebruikt, zou ik ze teruggeven aan de keizer. Leef liever zonder die munten, zonden die loyaliteit aan de keizer die van zichzelf een beeld maakt. Richt je op God, aan wie ook de keizer onderworpen is:  De God die mensen uit ballingschap en onderdrukking bevrijdt. De God aan wie het land toebehoort zodat niemand eigenaar is en je er niet over kan vechten. De God die onzichtbaar is en zo vrijheid geeft. De God die we  voornamelijk kennen uit zijn afbeeldingen, God schiep ons naar zijn beeld en gelijkenis. Om namens God het land, de gehele aarde te beheren, niet als eigenaars, maar als pachters, als vreemdelingen die bij God te gast zijn.

Onze vraag is niet of we al of niet belasting moeten betalen. Dat is voor ons vanzelfsprekend.  Het evangelie gaat niet over de scheiding van kerk en staat. Ook niet van de plaats van religie in de publieke ruimte. Maar de kernvraag van dit evangelie is: van wie/wat voel je je afhankelijk, voor wie, voor wat heb je respect, wie/wat laat je heer zijn van jouw leven? Die vraag blijft actueel. Wij willen het liefst niets boven onszelf, iets dat groter is dan onszelf. We willen baas zijn in eigen huis, in eigen lichaam, in eigen leven. Aan niemand belasting betalen en verantwoordelijkheid afleggen. Maar daarmee komen wij niet weg: niemand is een eiland; niemand heeft zichzelf verwekt of gebaard. Je leeft in een wereld die groter is dan jezelf. Er is meer dan jijzelf. We moeten kiezen tussen verschillende mogelijkheden. Zo kun je de waardigheid van elk mens of het goede leven voor elk mens centraal stellen in je leven .Daarvan kun jij je passie van maken. Maar wat die waardigheid is en waarvan ze komt blijft onduidelijk.

Voor Jezus is het duidelijk; je moet respect hebben en open staan voor degene die Hij God noemt. Nu is het voor ons minder vanzelfsprekend.  God als de ‘enige’ en God als de ‘Heer” dat klinkt ons dwingend in de oren in plaats van bevrijdend. Maar de God van Israel en van Jezus het enig goddelijke noemen, betekent dat de wereld en onze leiders niet goddelijk zijn, dat de kerk zoals die nu is niet goddelijk is, dat onze cultuur niet absoluut en goddelijk is. Wij mogen alles veranderen, bij de tijd brengen. En God als Heer? Dat ‘heer’ wordt gebruikt in plaats van de godsnaam, en zou beter anders vertaald moeten worden zoals bijvoorbeeld met de ‘levende’, de ‘eeuwige’, de ‘aanwezige’. Die godsnaam betekent: ‘Ik ben met je’, ‘Ik zal er zijn’. God beschikt niet over jou, maar is je bondgenoot, degene die je draagt, met je meegaat. Maar ook uitdaagt, op je hoopt, je inspireert, je verwijst naar zijn beelden, zijn muntgeld, namelijk de andere mensen, je verantwoordelijkheid geeft voor onze wereld.. Een God die zich het beste laat zien in het beeld van degene die voeten wast van zijn leerlingen en onder is als degene die dient. Een God die ook voor jou opkomt.
Aan deze God geven wat hem toebehoort betekent dankbaarheid, in het Grieks,“Eucharistie“. Eucharistie vieren, daartoe nodig ik U allen uit. 

En vandaag krijgt onze dankbaarheid, onze eucharistie,  een bijzonder extra tintje omdat wij ook dankbaar vieren dat Piet en Rie van Vliet, 65 jaar trouw, lief en leed gedeeld hebben met hun kinderen, kleinkinderen, en heel veel mensen in Driemond en verder weg. 

Pater Jan Haen C.Ss.R.