Eerste H. Communie-viering - zondag 3 juni 2018

Gepubliceerd op: 05/06/18

Denk eens terug aan het eerste verhaal dat verteld werd. Een mus zag een hele grote boom met lange takken en mooie bladeren en dacht “daar wil ik wonen”. En andere mussen zagen dat en kwamen erbij. Het werd heel druk. In de korte tijd waren er heel veel mussen die allemaal vlakbij elkaar nesten bouwden op - wat zij dachten - de mooiste plekken. Het werd veel te druk. Ze kregen ruzie, mopperden en maakten een groot kabaal.
Die grote witte vogel zag dat. Vloog naar de boom en zei tegen de mussen:  ‘Vrienden, jullie willen hier allemaal blijven wonen?’ ‘Ja’ zeiden ze.’ ‘Nou’ zei de grote witte vogel, ‘Kijk om je heen. Er zijn mooie plekken genoeg voor iedereen.
En inderdaad, toen pas zagen ze dat het waar was. Er waren echt genoeg mooie plekken voor iedereen. Ruzie maken was helemaal niet nodig. Als je maar de tijd neemt om rond te kijken en te  luisteren kun je ontdekken dat, zonder ruzie te maken, er altijd ruimte genoeg is voor iedereen om goed naast en met elkaar te kunnen wonen. Dat is heel prettig wonen. Zo is dat. Zijn jullie daar mee eens? Ik hoop het.

Dan werd er het verhaal over die schaapsherder voorgelezen. Hij had honderd schapen. Waaronder veel lammetjes. Heel leuk. Maar toen een lammetje zoek was, zei hij niet, ‘Pech, moet íe niet zo dom zijn om zijn eigenwijze weg te gaan’. Nee, integendeel, dat ene verloren lammetje was voor hem net zo belangrijke als al die andere negenennegentig schapen en lammetjes. En hij ging op zoek, net zolang totdat hij het arme verloren beestje had gevonden en teruggebracht had bij de rest van de kudde. En blij dat hij was. En ik weet zeker dat dat lammetje ook heel blij was dat de herder hem of haar was komen zoeken, en gevonden had, en veilig teruggebracht had waar hij, zij thuishoorde.

Het is heel gemakkelijk de weg kwijt te raken, want je bent toch gewoon nieuwsgierig en je gaat kijken of zoeken daar waar je ouders of anderen zeggen dat je er niet mag komen en dat het gevaarlijk is. Dan gebeurt het wel eens dat je de weg kwijt bent, en dan word je waarschijnlijk wel bang; eerst een beetje, en hoe langer het duurt, hoe banger je wordt. Ja, dan hoop je dat je niet in de steek gelaten wordt.  Dat iemand die je vertrouwt, niet zegt, ‘Eigen schuld, dikke bult’. Maar dat hij of zij je zo snel mogelijk zal vinden, en veilig thuis zal brengen.

Dus we hebben nu twee dingen. 1. Jij wilt, ik wil, wij allemaal willen dat er plek is om goed te kunnen wonen, samen met iedereen, zonder mopperen of ruzie. 2. Jij wilt, ik wil, wij allemaal willen iemand hebben op wie jij, wij kunnen vertrouwen. Iemand die ons nooit in de steek zal laten, al doe jij, of ik of wij soms verkeerde dingen.
Daarom zijn jullie hier. Jullie zijn hier om feest te vieren, omdat jullie weten dat de kerk een veilige plek kan zijn waar er ruimte is voor iedereen.
Jullie zijn hier om feest te vieren omdat je weet dat er altijd iemand is op wie je kan vertrouwen, namelijk de Goede Herder.

De plek waar wij deze trouwe herder goed en beter kunnen leren kennen is de kerk. En de naam van deze herder is Jezus. En Jezus wil zo dichtbij ons blijven, dat hij ervoor gezorgd heeft dat er een speciale manier is om met hem in contact te blijven komen.
Hij zei aan het eind van zijn leven ongeveer twee duizend jaar geleden: ‘Zie je dit brood, eet ervan, want dit is voor jou mijn lichaam. En zie je deze beker met wijn, drink ervan want het is het bloed dat ik graag voor jullie opoffer. Blijf dit doen om mij nooit te vergeten.’ En dat is wat wij doen in een kerkdienst die heet ‘De Eucharistie’. Deze kerkdienst wordt wekelijks en op veel plekken zelfs dagelijks gevierd.

Jullie willen de Goede Herder, Jezus, niet vergeten omdat hij te vertrouwen is, wat er ook verder met je gebeurt. Dus blijf hier komen, om hem en verhalen over hem beter te leren kennen, en je innerlijk sterk en gezond te maken met het brood en de wijn die hij ons gegeven heeft, waarvan hij zei – ‘Ik ben het, - doe dit om mij nooit te vergeten.’

Pater Jan Haen