Goede Vrijdag – 30 maart 2018

Gepubliceerd op: 02/04/18

Jes. 52:13-53:12 – Hebr. 4:14-16+5:7-9  - Joh. 18:1-19:42

Bijna tweeduizend jaar geleden verzamelde een jonge timmerman in een klein stadje in een achterafhoek van de wereld, dat ergens bij Jeruzalem ligt, wat vrienden om zich heen. Bij elkaar een vreemd stel; een van zijn vrienden is nogal op de centen, een ander is alleen maar gelukkig als hij voor­aan mag lopen, een derde is heel realistisch: ‘eerst zien en dan geloven’. Een uiteenlopende groep mensen, net zoals hier in deze kerk vanavond. Maar één ding had­den ze gemeen: ze hielden allemaal veel van de tim­merman. Maar door allerlei verwikkelingen komt hun vriend in conflict met de autoriteiten. Hij wordt ver­oordeeld en ter dood gebracht. Amper 33 jaar oud sterft hij, alleen gelaten door bijna al zijn vrienden, on­schuldig aan het kruis.
Dat gebeurt wel vaker, dat iemand onschuldig veroor­deeld wordt. Zoals laatst weer in de Verenigde Staten. Goed, de man die onschuldig bleek kreeg bijna één miljoen dollar mee, maar hij is wel veertig jaar van zijn leven kwijt, met al het verdriet en frustraties van dien. Het gebeurt wel meer dat mensen onschuldig sterven. Maar met de dood van Jezus is de wereld, na tweeduizend jaar, nog steeds niet klaar. Want al heeft de dood van die jonge timmer­man de voorpagina's niet gehaald, tot de dag van vandaag wordt er nog steeds over Hem gesproken - door miljoenen en miljoenen mensen.
Heeft u dat wel eens meegemaakt, dat mensen jou geweldig vonden, interessant, de moeite waard, en dat je naderhand door diezelfde mensen werd afge­maakt? Dat ze zeiden: hij kan doodvallen! Er was eens een man die ze koning noemden, enkele dagen later werd Hij verkocht voor 30 zilverlingen; Jezus van Nazareth: zijn lot speelde zich af in een uithoek van de wereld. Hoe hij stierf is exact te beschrijven. Hij werd ge­kruisigd: een paal rechtop, met een dwarsbalk, een soort T. De voeten vastgebonden of vastgespijkerd aan de stam. Dood door uitputting, honger, dorst, horzels en muggen. Er stonden mensen rond Zijn kruis, verbijsterd, spottend, nieuwsgierig, onbe­nullig.

Daar hang je dan, Koning der Joden! Zijn sterven duurde niet langer dan een uur of zes. De plaats waar het gebeurde heet Golgotha, de Schedelplaats. Het leek op een vuilnisbelt van een moderne oosterse stad. Hij werd ter dood veroordeeld als een ketter. ‘Hij heeft God gelasterd, Hij is tegen de tempel!’, riepen de religieuze leiders van het land. En als één stem schreeuwden ze: ‘Hij is tegen de keizer, tegen de bezetter, tegen de gevestigde orde! Hij is een politiek avonturier!’ Maar de Romeinse bezetter tilt er niet zo zwaar aan, heeft eigenlijk medelijden met Hem, maar geeft uiteindelijk wel toe: elk volk wil op zijn tijd brood en spelen!
De spot drijven met iemand, iemand aan het kruis nagelen, voor paal laten staan. Die dingen gebeuren dichterbij dan je denkt. Hoe vaak spelen wij zelf een spel met mensen en verdobbelen wij elkaars bezittingen? Jezus van Nazareth, geboren in Bethlehem, op 33-jarige leeftijd overleden. Het was geen vage droom die Hij voorstond, geen ver en onbe­reikbaar ideaal. Hij zei: ‘Het heil van God ligt in handen van mensen’. Dat was wat Hij wilde zeggen.
En niet alleen in Galilea, maar over heel de wereld klinkt na 2000 jaar nog zijn stem: ‘Laat uw hart niet verontrust worden of kleinmoedig. Ik ga van u weg, maar Ik kom weer bij u terug’. En de hoop groeit waar wij elkaar verhalen vertellen over Jezus, ter herinnering, ter bemoediging. Het zal ons vergaan zoals het hem vergaan. In de Lijdensweek gaat het verhaal over de Gekruisigde, maar niet minder over onszelf. We horen verhalen over de liefde die het tóch wint van elke haat. Dat is aangetoond door Hem die tegen ons zegt: ‘Mensen, als jullie maar willen dan kunnen jullie het. Jullie zijn als mensen onver­vangbare wezens en jullie kunnen het winnen van de dood!’
Morgenavond vieren wij met elkaar het Paasfeest. Dan gaat het om de mens die geleefd heeft als geen ander; die bad en vocht en zichzelf terugvond als vriend, als broer, als huisgenoot, als vreemdeling. Die zó in God geloofde dat Hij ernaar handelde. Van diezelfde God kreeg Hij te horen: ‘Je bent mijn Zoon, mijn Welbeminde, Je lijkt op Mij!’ Maar deze stem, die duizenden meesleepte, moest worden gesmoord. De bomen moeten kaal voor de nieuwe lente. De graankorrel moet in de grond wil hij vruchtbaar voort­bestaan. Het wrede mensenverhaal moet ten einde voor het definitieve begin. Zie hoe de recht­vaardige sterft en wie neemt het ter harte? Onschuldigen worden vermoord, en komt er iemand tot inzicht? ‘Mijn volk, wat heb Ik u gedaan, of waarmee u bedroefd? Antwoord Mij’.

De liefde van een mens is niet te begraven, of als as uit een urn door de wind weg te blazen. De liefde van een mens, aan de aarde toevertrouwd, schiet overal op tussen mensen. Je ziet het bij Jezus. Hij is dood. Hij is in handen van mensen gevallen en ze hebben hem omgebracht. Hij is dood. Dat kan de sceptische conclusie zijn van iemand die dit uur het lijdensverhaal aanhoort en toch niets ziet ver­anderen in de gangbare lauwheid van de wereld. Maar het kan ook Evangelie zijn, ver­kondiging van de Blijde Boodschap. Het Evangelie van Goede Vrijdag, de stille verkon­diging van de dood, maar de weg gaat verder, richting Pasen.
Het lij­densverhaal is door de evangelisten opgetekend om ons te bemoedigen. Het kruis mag ons niet neerslachtig maken, we mogen ons aan het Kruis optrekken. Dat ongerijmde kruis, dat pijnlijke teken van wat wij mensen elkaar kunnen aandoen, is ook het teken ge­worden van iets goeds. Teken van hoop, want op een of andere manier komt er nieuw leven uit voort. We zijn er na tweeduizend jaar nog niet op uitgekeken. Nog steeds straalt er een kracht van het kruis uit.

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker S.M.A.