Kerstdag 25 december 2017, Weesp - Johannes 1, 1-18

Gepubliceerd op: 27/12/17

Johannes 1, 1-18

Wij komen tezamen zingen wij. Echt waar. En waarom zouden wij dat doen eigenlijk. Samen komen hier in de kerk. Luisterend naar bijbelverhalen, meedoen aan vertrouwde maar ook onbegrijpelijke rituelen.
Omdat de vraag die mensen bezig houdt, bewust en onbewust, is: ‘mens, wie ben je, wie ben ik? Wie ben ik voor jou en jij voor mij?’

En vinden wij antwoorden op deze vraag waarnaar wij op zoek zijn? Ja en nee. Je kunt het antwoord op deze vraag niet opzoeken op Wikipedia, op het internet. Wij zoeken antwoorden op deze vraag van wie ben ik – ik voor jou, jij voor mij - in verhalen. Verhalen die anderen ons vertellen, en wij aan anderen vertellen, en lezen, in boeken waarin wij verwachten sporen van deze zoektocht tegen te komen. De bijbel is zo’n boek. Een boek vol woorden. Ja, want zonder woorden zijn onze communicatiemiddelen nogal beperkt. En in dat boek wordt verteld dat God spreekt, en dat dat spreken van God een spreken is dat licht oproept. God zei: ‘Er moet licht komen en er was licht.’ Een spreken van God dat licht en ruimte biedt voor mensen om te leven. En daarom begint Johannes de evangelist met te verwijzen naar het begin van de bijbel, het boek van de schepping, aangeduid  in de Joodse traditie met de woorden  ‘In den beginne’. Van meet af aan leven wij dankzij het licht dat uit de chaos wakker geroepen is en een weg wijst op aarde om haar te maken tot een goed en veilig huis voor alle mensen die leven onder de zon. Johannes de evangelist, getuigde van dat licht dat ons de mens aanwijst die zal gaan zeggen: ‘Ik ben het licht voor de wereld’. Dat is bijzonder, het spreken van God heeft een stem en gezicht gekregen in een kind, geboren in ons midden, waarvoor eerst geen plaats was in de wereld. Dus al schijnt het licht in de wereld vanaf  den beginne - zegt Johannes - dat mensen meer hielden van de duisternis en zich niet willen toevertrouwen aan het licht. En toch, het roepen om licht blijft aanhouden, tot op de dag van vandaag. En wenkt ieder van ons om vertrouwen te hebben in de stem die ons roept, om kinderen van het licht te zijn en alle duisternis te laten wijken uit ons bestaan. Zoals Johannes kwam om te getuigen van het licht dat in Jezus Messias zou opgaan in onze wereld, zo worden wij opgeroepen om ook getuigen te worden van dat licht. Dat zal niet met grote woorden moeten gebeuren maar door op de eerste plaats ons vertrouwen te stellen op deze mens en in zijn woorden, die wij ter harte te nemen en dan ook doen.

Dat is het antwoord op de vraag waarom wij hier tezamen zijn, luisterend naar bijbelverhalen en mee doen aan vertrouwde maar onbegrijpelijk, mysterieuze rituelen. Omdat onze vraag – wie ben ik, wie ben ik voor jou, en jij voor mij - beantwoord wordt door op dié mens te vertrouwen van wie gezegd wordt door de evangelist Johannes: ‘Ik ben het licht voor de wereld’. Hij die een wereld openbaarde waarin mensen betrouwbaar zijn in hun woorden en  geloofwaardig door hun daden, een wereld waarin een licht schijnt en wij mensen elkaar in de ogen kunnen zien, het duister verdrijven van  geweld en haat en elkanders gezicht opdelven.  Dat is de wereld zoals zij bedoeld is van ‘in den beginne’. Als lied klinkt het zo:

In het begin was er een spreken:
licht dat voor ons aan wil breken,
ruimte voor de mensen schept
en een antwoord in ons wekt.

In het begin was het te horen
in een stilte zonder woorden
die aan onze deuren klopt,
ons een wederwoord ontlokt.

In een kind gaat het beginnen:
licht zal chaos overwinnen,
roept ons tot verwondering
in een lied vol huivering.

In een kind dat wordt geboren
wil de Ene bij ons horen,
toont Hij ons zijn aangezicht,
wonen mensen in zijn licht.

Pater Jan Haen C.Ss.R.