Overweging 20 januari 2019 - week van de eenheid

Gepubliceerd op: 27/01/19

Gemeente van Jezus Christus,

Jezus begint, na een periode in de woestijn om zijn leven en missie te overdenken en zich voor te bereiden, aan zijn werk.
En als eerste doet hij Nazaret aan. De streek waar hij was opgegroeid.
Hij loopt naar de synagoge, pakt de boekrol en rolt hem uit tot aan een tekst van jesaja: En die luidt:
De geest van de Heer rust op mij, want hij heeft mij gezalfd.
Om aan armen het goede nieuws te brengen heeft hij mij gezonden.
Om aan gevangen hun vrijlating bekend te maken en aan blinden het herstel van hun zicht
om onderdrukten hun vrijheid te geven, om een genadejaar van de Heer uit te roepen.


Vandaag hebben jullie de tekst in vervulling horen gaan, zegt Jezus daarnaNiet in de toekomst, maar nu.
Met mij is het begonnen. Zegt Jezus. Ik maak hiermee een begin. 
En in alle verhalen van het evangelie zien we dat Jezus zijn woord zal houden.
De armsten, de blinden, de onderdrukten, zij zijn zijn publiek. Zij hebben zijn hart.
De laatsten worden de eersten. Daarmee worden ook de zogenaamde 'eersten' geraakt. En bevraagd.
Denk maar aan het verhaal van de rijke jongeling, die Jezus vraagt om toegang tot het koninkrijk.
?Verkoop alles wat je hebt, en geef het aan de armen. Zegt Jezus. Waarna de jongeling afdruipt.
Wat er niet vandaag is gelezen is dat na deze scene in de synagoge de aanwezigen geïrriteerd raken van jezus' woorden.
Ze willen deze boodschap van deze Jezus, die ze nog kenden als dat jochie dat in hun straten rondrende, 
dat het zoontje is van die timmerman Jozef, niet aannemen. Hun irritatie slaat om in woede.
En ze drijven hem de stad uit, naar de rand van de berg, om hem in de afgrond te storten.
Het loopt goed af, Jezus loopt tussen hen door en vertrekt.
Maar Jezus stopt hier niet, zijn missie gaat door. Hij heeft het recht voor ogen. Hij wil de wet in vervulling laten gaan.
zoals de woorden uit de wetten van het boek Deuteronomium, die we vanochtend hebben gelezen en waarmee Jezus bekend was:
zoek het recht en niets dan het recht.

Het boek deuteronomium, deutero, nomos, betekent “tweede wet”.
Want het boek bevat grotendeels een herhaling en uitwerking van eerder gegeven wetten uit Exodus, Leviticus en Numeri.
En inderdaad, ook in het stuk dat we vanmorgen lazen, komen we enkele voorschriften tegen. Bepalingen die het sociale, religieuze en politieke leven van het joodse volk in goede banen moesten leiden.
Bijvoorbeeld: stel rechters en griffiers aan; beïnvloed de rechtsgang niet; wees niet partijdig; neem geen steekpenningen aan.
Zoek het recht. En niets dan het recht. 
Zoek het recht en niets dan het recht. Een prachtige zin, een prachtig advies om naar te leven.
Het materiaal, deze teksten en liederen, voor deze viering, die onderdeel is van de week van gebed voor de eenheid van christenen is dit jaar voorbereid door christenen in Indonesië.
In de inleiding van het boekje wordt gezegd dat de woorden van deuteronomium — Zoek het recht en niets dan het recht — 
krachtig spreken in de situatie van de Indonesiërs. Daarbij wordt het land kort omschreven:
een conglomeratie van 17.000 eilanden, 265 miljoen mensen, 1350 etnische groepen en meer dan 740 lokale talen.
Van alle inwoners is 10% christen, afkomstig uit verschillende tradities.
Het motto eenheid in verscheidenheid is de Indonesiërs niet vreemd, hoewel, spreekt de inleiding, deze eenheid ook onder druk staat door het steeds groter wordende gat tussen arm en rijk.
Te weten dat dit materiaal voorbereid is door mensen aan de andere kant van de wereld is indrukwekkend.
En ook kwamen hierdoor afgelopen week herinneringen naar boven, aan een molukse leraar die ik graag mocht; aan buitenlandse studenten uit Indonesië die in Kampen voor een korte periode theologie kwamen studeren.
Aan een collega die naar Indonesië ging, de liefde vond, en daar nu predikant is.
En toch hebben de woorden uit de inleiding ook een andere, wrangere bijsmaak. Want is het niet zo dat het nog maar een kleine 70 jaar geleden is dat Indonesië zich vrijmaakte uit de kolonisatie door Nederland. Een Indonesië dat voorheen Nederlands-Indië had geheten, vanaf de 17e eeuw.
En daarvoor nog twee eeuwen onder Portugees koloniaal gezag had geleefd.
En zo kwam ook de beïnvloeding door het christendom tot stand.
De geschiedenis is niet meer terug te draaien. En is ook niet zwart wit. Er is veel goed gegaan, er is veel fout gegaan.
Maar als ik de woorden lees over de instabiele economische en sociale situaties in landen die onder hevige kolonisatie hebben geleden dan kan ik niet anders dan denken: hoe veel hebben wij daar debet aan?

Maar moeten wij dan boeten voor wat onze voorvaderen hebben gedaan? Boeten is niet het goede woord, maar erkennen wel.

Erkennen. De puinhopen en het leed.

Erkennen. Erkennen dat wij ergens de 'eersten' waren die de 'laatsten' bleken te zijn.

Zo dank ik God op mijn knieën dat de dagen van arrogantie waarop de slavenhandel werd goedgepraat met een hand op de bijbel voorbij zijn.

Op de universiteit kwam in de jaren dat ik er studeerde de postkoloniale theologie op, een theologie die zich bezighield die de gevolgen van kolonialisme en imperialisme. Het was een hartstochtelijk pleidooi om af te stappen van die dominante westerse perspectief op de wereld.
En ruimte op te eisen voor het perspectief, het leven, het beleven, het geloven van de “onderdrukten”. Een stem te geven aan wie niet gehoord werd. Het was een manier om, een nieuw begin te maken met het zoeken van het recht. En niets dan het recht.
Rechtzetten wat krom was of is, is een verantwoordelijkheid die ons allemaal aangaat.

Vandaag mogen we ons laten inspireren door de woorden van Jezus, die zijn missie zo duidelijk maakt in enkele woorden over de onderdrukten.

Zo mogen wij vandaag ons afvragen hoe en waar wij recht kunnen doen. In ons eigen leven, in het leven van de mensen met wie wij leven.

Daarom willen we u vandaag vragen om na te denken over wat krom is in uw eigen omgeving. Als wij samen het recht willen zoeken, wat kunnen wij, in het licht van het evangelie? 

Daarom kunt u in deze week van gebed voor de eenheid, verbonden met alle mensen die dit materiaal gebruiken, vandaag een concreet voornemen opschrijven, een intentie of een belofte voor de komende tijd, een daad van gerechtigheid of barmhartigheid of eenheid.
Dat kan heel klein zijn, (bijv...een kaartje sturen) maar ook groter of heel groot. (Bijvoorbeeld het voornemen om de nieuwe premier van Nederland te worden)… Dat maakt niet uit. Zoek het recht en niets dan het recht.
Laat het vandaag beginnen.

Amen.