Feest van de H. Familie 30 december 2018. Weesp

Gepubliceerd op: 31/12/18

Ik hoor soms zeggen: “wij zijn er nog niet aan toe om kinderen te nemen. We hebben allebei een drukke baan. En we zijn ook bezig een huis te kopen”. En soms ontstaat er een probleem, als ze er wél aan toe zijn, en blijkt dat een kind blijkbaar niet op bestelling komt. Dat ze soms een tijd moeten wachten voor hen een kind gegeven wordt. En uit ervaring weten we dat soms de vraag naar kinderen niet eens een antwoord krijgt. Zijn kinderen het bezit van hun ouders? Zijn kinderen op bestelling leverbaar? En hoe vertel je later aan je kinderen hoe je al of niet bent toegeleefd naar hun geboorte?

De lezingen van dit weekend gaan over kin­deren. Het zijn wonderlijke verhalen! Het ver­haal in de eerste lezing gaat over de geboorte van het kind van Hanna. Hanna is eigenlijk onvruchtbaar. Niks geen kinderen op bestel­ling, niks geen rechten op het hebben van een kind. Hanna krijgt een kind, nadat er jarenlang om gebeden en gesmeekt is. En groter geworden gaat dat kind zijn eigen weg.
Ook in het evangelie horen we hoe Jezus zijn eigen weg gaat. En Hij laat dat zijn ouders ook duidelijk merken. Maria en Jozef kunnen hem niet claimen. Zij hebben Hem niet ‘gemaakt’. Hij is van Godswege Maria in de schoot geworpen. En hoeveel Jezus ook van zijn ouders houdt, Hij is allereerst zijn Vader in de hemel toegewijd. Misschien dat u denkt ‘zo'n kind moet een draai om zijn oren hebben, als je zó met je ouders omgaat’. Maar omdat het over Jezus gaat, zullen we dit niet hardop zeggen. Of misschien denkt u wel: ‘als het over Jezus gaat, zal er wel een bedoeling achter het verhaal zitten’. En dat is ook zo. Het verhaal wil ons duidelijk maken: hoezeer we ook geboren zijn uit mensen, uiteindelijk horen we bij God thuis.

Je bent een kind van mensen, maar vooral Kind van God. ‘Kind van God’- daarom geven ouders hun kind (even) uit handen, wanneer het gedoopt wordt. Daarmee maken de ou­ders duidelijk: het is helemaal óns kind, maar het is vooral een Kind van God. In het evangelie hoorden wij hoe de twaalfjarige Jezus met zijn ouders naar de tempel gaat. Ook in het gezin van Jozef, Maria en Jezus schijnt er minstens één periode geweest te zijn dat ze elkaar niet verstonden, niet konden begrijpen. Drie dagen waren Maria en Jozef hun kind gewoon kwijt. Drie dagen! Het is intussen wel bekend dat in de Bijbel getallen er niet zijn om te tellen, maar om te vertellen.

Het getal drie is 'n verhaal op zich. Na de rampzalige gebeurtenissen op Goede Vrijdag verrijst Jezus op de derde dag. Drie dagen van wanhoop en Godverlatenheid. De leer­lingen leefden in een verstikkende wanhoop. Lucas, die het verhaal van de verloren Jezus vertelt, heeft zeker aan die drie dagen na Jezus' dood gedacht, toen hij dit verhaal opschreef. Hij wist maar al te goed hoe lang drie dagen kunnen duren, als je Jezus kwijt bent. Drie dagen zijn genoeg om in een warm land een lichaam tot ontbinding te laten overgaan. Na drie dagen durfden ze het graf van Lazarus niet meer open te maken. De lucht zou ondraaglijk zijn geweest!

Maria en Jozef ervaren drie dagen van hopeloos zoeken. Maar ze zochten hun kind op de verkeerde plaats, ze zochten Hem bij familieleden en vrienden. Maar daar was Hij niet, Hij was in het Huis van zijn Vader. Daar voert Jezus het woord. De schriftgeleerden luisteren met open mond. Op zichzelf niet eens zo bijzonder. Jezus is twaalf jaar. Volgens de Joodse Wet ben je dan volwassen. Je wordt een ‘zoon van de wet’ en je hoort er helemaal bij. Het Jodendom kent een speciale plechtigheid om zo'n jongen tot "Bar Mitswa" te verklaren: hij houdt daarbij zijn eerste toespraak tot de gemeente.
Wat deed Jezus in de tempel? Luisteren en vragen stellen! Jezus is zich bewust van zijn uitverkiezing. Hij hoort er helemaal bij. Jezus kiest zoals jonge mensen van nu ook kiezen: met dodelijke ernst. Zijn ouders luisteren met open oren. Als ouders heb je geleerd compromissen te sluiten. Je hebt je verwachtingen in het leven flink teruggeschroefd. Jonge mensen kiezen radicaal. Ze vergeten daarbij alles. Ouders zien ze niet, aan moeilijkheden gaan ze voorbij. Sommigen gaan zelfs ten onder aan die keuze. Er zijn nogal wat jonge mensen die rond hun puberteit niet meer op kunnen tegen de vragen die altijd maar groter zijn dan de antwoorden die ze kunnen vinden. Als ouders heb je geleerd te relative­ren en je verwachtingen flink terug te schroeven. Je hebt te vaak op je kop gehad. Je past je aan aan wat anderen van je verwachten. Dat geeft de beste levens- en promotiekansen.

Relativeren betekent ‘relateren aan’, dat wil zeggen dingen in hun verband leren zien. Maar relati­veren is tegelijkertijd een manier om ons geweten in slaap te sussen! Wat opvalt is dat Jezus later zijn radicaliteit heeft behouden. Van Hem zijn voldoende verhalen bekend waaruit blijkt dat Hij weet te relativeren. Maar nooit relativeert Hij waar mensen in de knel komen. Dan wordt zijn opstelling hard en klinken zijn woorden als mokerslagen. Geen wonder dat je dan in je dertigste vastloopt in de dood. Want de wereld verdraagt geen spiegel van gerechtigheid. Waar mensen tot hun recht mogen komen, ontmoet je bijzonder lange tenen, soms sta je dan zelfs op je eigen tenen! En langzamerhand sluit zich een kring van dodelijke haat.
De volwassen Rabbi's zien Jezus in hun midden staan. Ze genieten van de radicaliteit en het vuur van die jongen uit Galilea. De meesten zullen wel gedacht hebben: die felheid slijt er wel af in de loop der jaren! Het joch is gegrepen door het Woord van God en profeteert. De toehoorders raken buiten zichzelf. Buiten zichzelf zijn ook zijn ouders, maar dan van woede. Waar zit hun kind nou?

Drie dagen zijn Jozef en Maria Jezus kwijt. Drie dagen kunnen lang duren. Het kan donker zijn in je leven. Soms voel je je radeloos. Dan kun je wanhopig zoeken naar een oplossing. Dan kom je tot de verdrietige slotsom: van mij hoeft het niet meer, ik geef het op, ik kan niet meer. Maar dat is het bevrijdende van het evangelie: Je kunt God kwijt zijn, maar er komt een dag waarop je Hem weer terugvindt. Als je maar zoekt op de goede plaats! Drie dagen kunnen lang duren, als het dagen van wanhoop en verdriet zijn. Maar zelfs aan de eindeloosheid van drie dagen wanhopig zoeken komt een eind op het moment dat je God terugvindt. En je vindt Hem terug, daar is het evangelie duidelijk in, in het Huis van de Vader.

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a.