Preek van de week - 25 november 2018

Gepubliceerd op: 26/11/18

In drie talen (Grieks, Romeins en Hebreeuws) liet Pilatus de reden van Jezus' kruisiging aanbrengen aan de top van de kruisbalk: ‘Jezus, koning der Joden!’ ‘Nee,’ zeiden de omstanders, ‘er moet staan: Hij heeft gezegd, Ik ben de koning der Joden!’. Pilatus ant­woordt dan: ‘Wat geschreven is, is geschreven’ en hij gaat naar huis en wast zijn handen in onschuld. Het volk kijkt toe, passief en zwijgend, zichtbaar teleurge­steld. Ze hadden toch méér van Jezus verwacht! De leiders van het volk voelen zich de lachende derde en roepen: ‘Anderen heeft hij gered, laat hij nu zichzelf maar redden!’ Ook de Romeinse soldaten kijken toe, onverschillig. Ze vinden het alles bij elkaar maar een zielige vertoning! Voor hen is het de zoveelste terecht­stelling. Eigenlijk gebeurde er die dag niets bijzon­ders…
Iemand aan het kruis gehangen in de naam van de keizer. Een man die zichzelf koning noemt, gaat ten onder: een mislukte rebel, eigenlijk een koning van niets. De wereld rond Jezus viel uit elkaar en de scène rond het kruis laat niets anders dan verlatenheid zien. Magistraten en priesters die Hem zelfs op het kruis niet met rust laten, en soldaten die Hem wat zure wijn te drinken geven en met Hem spotten. En er is er maar één die Jezus herkent als koning, Het is een medegevangene, een terrorist, een moordenaar nog wel!

In de maand maart van het jaar 29 is Jezus gestorven. Toen was de Zoon van God verle­den tijd geworden. En Zijn pijn trekt nu al 20 eeuwen door kerk en wereld. Nog steeds lij­den en sterven er mensen aan verraad of menselijk falen. Hoe kan deze wereld helen van de trauma's en wonden van slavernij, discriminatie, apartheid, terrorisme, rassen­waan, kindermisbruik, volkerenmoord, drugshandel, zwendel en corruptie? Het zijn vragen die ons gescheiden houden, zoals er een scheiding was tussen Gekruisigde en omstanders.
De eerste Christenen hebben het lijdensverhaal waarschijnlijk mooier gemaakt dan het in werkelijkheid was. Niemand weet wat Jezus gevoeld heeft in het uur van zijn onder­gang, maar flarden van zijn angst vinden we terug in zijn lijdensverhaal. In de Hof van Olijven klinken zijn angstige woorden: ‘Vader, indien dat mogelijk is, laat deze lijdens­beker dan aan Mij voorbijgaan’. Het is de bittere klacht van veel lijdende mensen, die zich ver van God verwijderd voelen. Zo is Jezus niet bóven het menselijk lijden gaan staan, maar stond er middenin.

Eigenlijk zou het kruis adembenemend moeten zijn. Maar we zijn zo aan het kruis ge­wend geraakt. We hangen ze op in warenhuizen en kerken, in slaapkamers en zelfs in gebakjeswinkels. Achteloos en snobistisch worden ze om mooie vrouwenhalzen ge­hangen. ‘Anderen heeft Hij gered, laat Hij nu zichzelf maar redden!’. Het klinkt als een verwijt, als spot. Maar is het niet de hoogste lof die ze Jezus kunnen geven? Veel macht­hebbers zijn er alleen maar op uit om zichzelf te redden, hun eigen toekomst veilig te stellen. Ze deinzen er niet voor terug om daar honderden, zelf duizenden mensen voor op te offeren. Jezus offert liever zichzelf op dan anderen.
Zo maakt Hij zijn naam ‘Redder’ waar. Zo heeft Hij ook naam gemaakt onder mensen. De leiders van het volk hebben dat niet door. Ze zijn geblokkeerd door eigen gevoelens. Anders hadden ze moeten begrijpen dat Jezus' Koninkrijk niet van déze wereld is. Het lijkt haast ironisch om over Jezus - nu Hij op het dieptepunt van zijn leven is beland - te spreken als over een koning. In plaats van trompetgeschal horen we op het Feest van Christus Koning, een woordeloze schreeuw van een lijdende mens die als zoveel mensen op het dieptepunt van zijn leven zich ver van God verwijderd voelde: 'Mijn God, waarom heeft U Mij verlaten?'

Ook wij willen vaak onze eigen haan koning laten kraaien, gaan soms zelfs over lijken om de koningstitel te behalen. Een ander soort Koning komen we vanmorgen tegen in de eerste lezing van de profeet Daniël. Hij profeteert: ‘Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij die nooit vergaat, zijn koninkrijk gaat nooit te gronde. Christus Koning!

Vandaag is het de laatste zondag van het kerkelijk jaar. Volgende week begint de Ad­vent. Maar vandaag al mogen wij horen wie wij mogen verwachten: geen sterke man, geen machtige koning, maar een klein kind. Niet iemand die erop uit is zichzelf te redden, maar die redder van anderen wil zijn – een Verlosser! En tot zijn Koninklijke weg wor­den wij uitgenodigd. Alleen zó kan er nieuw leven groeien, tegen chaos en verdrukking in. En Hij heeft ons beloofd: als wij zijn weg gaan, zijn wij zijn Koningskinderen, zijn eigen broers en zussen.

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a.