Themaviering - Vrede

Gepubliceerd op: 05/06/18

Overweging

Vrede.

Ik heb het dit jaar niet gemakkelijk gehad met het thema. Hoe kun je in de korte tijd van een overweging iets zinnigs zeggen over vrede..... Dat hele kleine woordje is zo veelomvattend. En we hebben net allerlei verhalen over de bevrijding achter de rug.
Dus hoe kan ik u vandaag iets meegeven over deze utopie? Dat is het toch? Een ideale wereld die niet bereikbaar is.

Want laten we eens nagaan, wanneer is het ooit vredig geweest op aarde? Het begon al met Kaïn en Abel. Er waren maar 4 mensen op aarde en toen was er al ruzie, moord en doodslag. En nu zijn we met 7,5 miljard.....…
Om niet te verzanden in losse kreten over wereldvrede en de onmogelijkheid van het oplossen hiervan heb ik besloten (op advies van mijn zoon) om het maar heel dicht bij huis te houden.
Hoe vinden we vrede in onszelf, in ons gezin, onze familie, de straat, de buurt en onze gemeenschap.

Gaat u zelf maar eens na, ruzie heb je zo met iemand. Een beetje lange tenen, een dunne huid of een kort lontje en het is raak. Het lijkt trouwens wel alsof tegenwoordig iedereen één of meerdere van deze eigenschappen royaal in huis heeft. En wat kunnen wij dan zelf doen om ruzie te vermijden? Of, als het onverhoopt toch mis gaat, het weer bij te leggen.
We komen dan op grote woorden zoals: verdraagzaamheid, vergeving en verzoening. Verdraagzaamheid vereist al gauw dat we echt luisteren naar wat die ander te vertellen heeft of voelt. En dat we dan oprecht begrip hiervoor kunnen opbrengen. Al pratend vroegen we ons wel af wat het verschil is tussen vergeving en verzoening. Vergeving zagen we meer als éénrichtingsverkeer. Jij kunt de ander vergeven, maar dat zegt niks over wat de ander hiermee doet. Vergeven doe je voor jezelf en voor niemand anders. Voor verzoening ligt dit anders, daar heb je de ander wel degelijk voor nodig. De ander moet namelijk je vergeving accepteren. Verzoenen doe je samen met elkaar, met oog voor de ander. Let op, hier kom ik straks op terug, oog hebben voor elkaar. 

In het evangelie luisteren we vandaag naar de bergrede van Jezus. Hij roept ons op om niet bij de pakken neer te zitten, maar om te vertrouwen op hem. Want de verdrietigen zullen getroost worden, de eerlijken zullen God zien, de lijdende mens krijgt een nieuwe wereld en diegene die vrede brengt wordt het kind van God. Dit lijkt te mooi om waar te zijn!
En ja, dat is het eigenlijk ook. Want natuurlijk kan iedereen getroost worden door het geloof en geduldig wachten tot God de vrede schenkt aan deze wereld. Net alsof we hier niets voor hoeven doen, gewoon achteroverleunen en God zijn werk laten doen…
Maar u en ik weten dat dit niet de oplossing is.
Alleen wij kunnen de woorden van God in praktijk brengen. Dit betekent wel dat we bij onszelf moeten beginnen. Hoe vredig zijn wij met onszelf? En wat doen wij om in onze directe omgeving de vrede te bewaren?

We kennen allemaal het gezegde: wie goed doet, goed ontmoet. Daar gaat het hier om: wat je geeft mag en kun je terug verwachten. En als het lijkt alsof dit niet altijd direct gebeurt, houdt moed, geef niet op. En zoals de eerste lezing ons voorhoudt: doe het met heel je hart. Liefde is er om te geven en dat met heel je ziel en zaligheid. Dat kunnen we doen door oog te hebben voor onszelf en voor elkaar. Maar waar is God in dit verhaal? Dat zal voor ieder van ons anders zijn. Ook voor mensen met een andere geloofsachtergrond. Waar twee (of iets meer) mensen samen zijn daar is God in hun midden. Daar geloof ik echt in en dit geloof helpt mij moed te houden in het goede.
Laten we niet opgeven maar doorgaan zodat we zelf in vrede kunnen leven en een beetje vrede en liefde brengen bij de mensen om ons heen. Een klein lichtje zijn in deze, soms, donkere wereld, en elkaar daardoor echt zien en oog hebben voor elkaars behoeften.

Wij zullen de wereldvrede zeer waarschijnlijk nooit meemaken. Wat we wel kunnen doen is op onze eigen manier betekenis blijven geven aan het woord vrede, geïnspireerd door elkaar, het woord van God en de heilige Geest van Pinksteren.