2e Paaszondag-B – zondag 8 April 2018

Gepubliceerd op: 10/04/18

1 Joh.4:32-35 – 1 Joh. 5:1-6 – Joh. 20:19-31

In het jubeljaar 2000 riep Paus Johannes Paulus II de tweede Paas­zondag uit tot Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid. In de Orthodoxe Kerk wordt deze dag ook Thomaszondag genoemd. Een toepasselijke naam. We komen hem vandaag in het Evan­gelie tegen. Hij is de man van ‘eerst zien en dan geloven’. Jezus strijkt over zijn hart. Hij weet als geen ander dat de weg naar de Vader in je leven veel vragen kan oproepen. Hij zegt dan ook: ‘Thomas, steek je hand in mijn zijde, en kijk eens naar mijn handen’. En onder Gods barmhartigheid komt hij tot de kortste geloofsbelijdenis die we kennen. Hij roept uit: ‘Mijn Heer en mijn God’. Korter kan het niet. En Jezus zegt dan: ‘Thomas, om­dat je Mij gezien hebt geloof je? Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven’.
Niet zien en toch geloven? Een vreemde eis! Wij gaan liever van feiten uit en niet uit van vage dromen. Toch heeft het evangelie geen moeite met harde cijfers en nuchtere feiten, maar pleit er zelfs voor. De man die een huis gaat bouwen of de veldheer die ten strijde trekt wordt juist geprezen, omdat ze hun zaak goed en nuchter hadden in­geschat. Sommigen bouwen een huis zonder zich te realiseren of ze verder kunnen ko­men dan de fundamenten. Degenen die hun talenten verdubbelen - ook al maken ze fouten – worden door hun Heer in het zonnetje gezet. Soms zien we wel goed, maar kijken we maar half.
Voorbeelden zijn er te over: in onze wereld geldt alleen het recht van de sterksten. Dat is goed gezien maar half gekeken. De zwakkeren in de samenleving worden opnieuw de dupe. Dat is goed gezien maar half gekeken. Er is geen jongere meer die geloof en kerk nog serieus neemt. Dat is goed gezien maar half gekeken. Geen bisschop kan onze kerk nog bij elkaar kan houden. Dat is goed gezien maar half gekeken. Vrede in het Mid­den-Oosten is onmogelijk. Dat is goed gezien maar half gekeken. Waarom goed gezien? Omdat alle feiten waar zijn. Waarom half gekeken? Omdat zij die geloven verder kijken dan hun neus lang is. Zij blijven kijken, onvermoeibaar. Ook als er geen feiten meer voor­handen zijn. Ze blijven kijken, net zolang tot de verlossing komt. Dat is ‘niet zien en toch geloven’.

Vanmorgen is het de nuchtere Thomas, die na een nuchtere constatering van de feiten (Jezus is dood) verder leert kijken en tot de meest volledige geloofsbelijdenis komt die er in het Johannes-evangelie maar te vinden is. De gebeurtenissen van Goede Vrijdag waren als een schok door Thomas heengegaan. Het bracht hem uit zijn evenwicht. Terwijl een mens sterft aan het kruis, gaat buiten alles zijn gewone gangetje. Het oude leven gaat verder: vrouwen op de markt, de drukte, de gezinnen. Alles verliep zoals altijd: in de winkels, in de stegen van de sloppen van Jeruzalem. Alleen voor een klein groepje was alles ánders geworden. Jezus was hen verschenen. En als Thomas binnenkomt krijgt hij de verhalen van zijn collega's. Door wie kun je beter overtuigd raken dan alle apostelen samen? Maar de verhalen overtuigen Thomas niet. Dit tot troost van alle predikanten!
Thomas is voor mij een sympathiek figuur. Hij lijkt ook zo op ons. Ook wij hebben het vaak moeilijk met ons geloof. Ook wij maken veel van die schokkende dingen mee. Er zitten tal van Thomassen onder de jongeren: zij horen zoveel op hun school of op hun werk (als ze dat hebben). Voor hen hoeft God niet meer. Ze hebben al ge­noeg meegemaakt. Er zitten tal van Thomassen onder de bejaar­den. Mensen die gebukt gaan onder eigen ziekten, aftakeling en sterf­ge­vallen onder leeftijdsgenoten. Ze hebben hun beste vrienden, hun tijdgenoten, hun partners, zien verdwijnen achter de horizon van de dood. Ze hebben genoeg meegemaakt. Er zijn volwassen mensen die zwaar teleurgesteld zijn in de kerk, in hun leven, in hun relatie. Er is veel pijn en verdriet. Er zijn tal van mensen die niet verder kunnen komen dan de puinhopen van Goede Vrijdag. Ze geloven niet meer in een betere wereld. Ze hebben genoeg gezien.

 

Bij hen voelt Thomas zich thuis. Maar er is één groot verschil, denk ik. Toen Thomas alles om zich heen in elkaar zag storten, bleef Thomas bij de groep. Thomas blééf zoeken. Een les voor ons: wie alles om zich heen in elkaar ziet storten moet blijven zoeken. Wij hebben het vaak over de ‘ongelovige’ Thomas’. Ongelovig? Thomas geloofde in Jezus' lijden en sterven. Daar was hij kapot van. Hij kon zijn weg niet vinden. Thomas moet door een hel gegaan zijn. En stappen we niet te snel over de lijdenservaringen van Thomas heen? In zijn naam roepen alle predikanten van de wereld vandaag: blijf je verbazen over de wonden van de mensheid, over het verdriet in zovele levens, over ziektes, ontrouw, oorlog, hongersnood. Blijf je verbazen over al die littekens van de mensheid.

Ook het geloof kent z'n seizoenen. Het is een heen en weer pendelen tussen verzet en overgave, tussen opstanding en hoop, tussen teleurstellingen en liefde, tussen Goede Vrijdag en Pasen. Zoals bij elke groei gaat de groei van ons Paasgeloof meestal gepaard met pijn en durven loslaten. Dat groeiproces is geen recht kanaal, maar eerder een rivier met vele bochten. Soms is het hoogwater, soms sta je bijna droog. Zoals Thomas na Goede Vrijdag bijna droog stond, maar Jezus werd toch voor hem glashelder als water.
Er zijn mensen die net als Thomas in het randgebied van de dood terecht gekomen zijn. Ze zien alleen maar het bloed van Goede Vrijdag. Dat is goed gezien, maar half gekeken. Want geloven in Pasen is vérder durven kijken. Van Thomas mogen we leren hoe hij de­zelfde worsteling heeft doorgemaakt als wij in onze dagen. Hij leert ons hoe je, aangesla­gen door het leven, tóch, al is het vaak stamelend, woorden over je lippen kan krijgen als: ‘Mijn Heer en Mijn God!’ Thomas heeft verder leren kijken dan hij met z'n ogen zien kon. Maar hij bleef geloven in een God die zich in zijn warmhartigheid blijft ontfermen over mensen die hartstochtelijk op zoek zijn naar de verrezen Heer.

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a