Witte Donderdag – B 29 maart 2018 Weesp

Gepubliceerd op: 02/04/18

Ex.12:1-8+11-14 - 1 Kor.11:23-26 - Johannes 13:1-15

We staan in een spannende week. Eigenlijk worden in één week alle geheimen van het geloof gevierd. Jezus trekt als een nieuwe Koning Jeruzalem binnen, maar het verraad ligt al op de loer. Jezus geeft op de avond voor zijn dood - Witte Donderdag - zichzelf als gebroken brood en zegt: ‘Doet dit tot gedachtenis aan Mij’. Op Goede Vrijdag sterft hij om drie uur aan het kruis. Hij wordt begraven en staat op Paasmorgen weer op. We zitten in deze week in de kern van ons geloof.
Is het nou zo'n groot feest geweest op Witte Donderdag, toen op een avond, lang gele­den, een jongeman, met de dood voor ogen, zichzelf weggaf in gebroken brood en een beker uitgegoten wijn, zelfs aan hen die zijn bloed wel konden drinken. Toen Zijn vrienden van tafel opstonden en zich met Hem naar de Olijfberg begaven, had dit nog maar weinig van een geslaagde maaltijd. Maar sinds die gedenkwaardige avond komen honderden mil­joenen mensen overal ter wereld bij elkaar om samen het brood te breken. Het is het Brood geworden van eenheid en vriendschap. Maar zegt u eens eerlijk: heeft u straks bij de Communie écht het gevoel dat dit Brood ons dichter bij elkaar brengt? Wij weten wel beter: in feite is het Brood van de Eenheid brood van de verdeeldheid geworden, twistpunt onder Zijn volgelingen. Reden om mensen uit te sluiten, te achtervolgen, te veroordelen. Het Sacrament van de Eenheid is bron van misverstand geworden.  En de verdeeldheid lijkt toe te nemen: ras staat tegenover ras, kerk tegenover kerk, en zelfs bínnen de kerk staan mensen in reserve tegenover elkaar.
2000 jaar eucharistie vieren heeft de mensen niet bij elkaar gebracht. Leefde Jezus voor een onbereikbaar ideaal? Of ligt het aan onszelf, dat we het Brood alleen maar voor onszelf willen houden, voor een kleine groep ingewijden? Paulus waarschuwde daarvoor al in zijn Eerste Korinthe brief: ‘Zoals jullie je gedragen aan tafel kan er toch geen sprake zijn van een maaltijd in de Geest van Jezus: de een zit te bunkeren en verslikt zich, anderen kunnen niet eens mee genieten van de kruimels die van jullie tafels vallen’ (1 Kor.11:20). Het niet consequent durven breken en delen is er de oorzaak van dat we nog verdeeld zijn. Zolang er mensen zijn die hongerlijden, vervolgd en gemarteld wor­den, is de Eucharistie meer een opdracht om tot Eenheid te komen dan de uitdrukking ervan. Dat bedoelt Paulus ook als hij zegt: ‘Als iemand iets tegen zijn broeder heeft, laat hij dan zijn gaven bij het altaar achterlaten en laat hij zich eerst met zijn broeder verzoenen’.

In zijn verhaal vraagt Johannes ons vanavond nauwkeurig toe te kijken: ‘Jezus staat op, doet een theedoek voor, giet water in een bekken en wast de voeten van zijn leerlingen’. ‘Daarmee heb Ik u een voorbeeld gegeven’, zegt Jezus. De dienende liefde is de hoogste levensvorm! Ook op dit moment is er wel iemand die lijdt, wordt wel ergens een mens gemarteld, alleen omdat hij van vrijheid houdt. Ik weet niet waar hij woont, niet wat voor taal hij spreekt, en wat voor huidskleur hij heeft. Maar op dit ogenblik, terwijl wij luisteren naar het verhaal van Witte Donderdag, bestaat die mens! Zijn schreeuw is als de angstkreet van een opgejaagd dier, terwijl hij zijn lippen stukbijt om de namen van zijn vrienden niet los te laten. Een mens, gekluisterd en alleen, schreeuwt op dit moment, bestaat ergens.
De leerlingen liggen met Jezus aan tafel. Dat hadden ze vaker gedaan. Maar ze voelden dat het dit keer ánders zou aflopen. Ze zien hoe hij brood neemt - alledaags brood - het zegent en breekt en zegt: ‘Mijn Lichaam voor jullie gebroken’. Een gewone maaltijd had het kunnen zijn, maar de leerlingen voelen dat hun Heer zijn Testament aan het schrijven is in Brood en Beker. Er hangt die avond een sfeer van verbondenheid en saamhorigheid. Maar het verraad ligt om de hoek: Judas. Hij zal zijn Meester met een kus verraden: ‘Hij die ik een kus geef, die is het!’ Een kus... Want je moet een mens nabijkomen om hem te kunnen kussen. Je staat dan oog in oog. Wie gekust wordt, is niet bedacht op verraad. Kussen heeft te maken met houden van, niet met verraad. Judas heeft het geweten: hij zag geen andere uitweg dan een boom en een touw. Hij moet radeloos zijn geweest. De weg van vriendschap tot verraad - hoe kort ook - verandert een mens totaal. Liefde en haat zijn twee uitersten, maar ook elkaars buren. En die ertussen woont, raakt vermorzeld, fijngemalen.
Wij vertellen elkaar het verhaal van Zijn liefde door, vooral op Witte Donderdag. Hoe Jezus brood nam en zichzelf daarin weggaf, dat is wat ánders dan verraad. Daarom blij­ven wij dat verhaal van Witte Donderdag ook aan elkaar doorvertellen. Wij mogen weten, telkens wanneer wij Eucharistie vieren, dat dat een opdracht inhoudt om niet te rusten zolang er waar ook ter wereld nog steeds lichamen worden gebroken en onschuldig bloed wordt vergoten. Wij mogen elkaar vertellen: er is altijd een uitweg, ook voor onszelf; vaak zijn we niet beter dan Judas, want ook wij zitten soms vol Judasstreken. Maar samen komen we eruit! Dat willen wij vanavond vieren: hoe diep je ook gevallen bent: sámen komen we eruit!
Jezus vierde met zijn vrienden het paasmaal. Maar hoe schokkend moet het geweest zijn, toen Hij eraan toevoegde: ‘Dit is mijn lichaam’. Het gebroken brood werd beeld en gelijkenis van zijn gebroken lichaam. Het betekende zijn dood. En bij de beker, gevuld met donkerrode wijn, hoe dramatisch moet dat hebben geklonken: ‘Het is mijn Bloed, vergoten voor jullie!’ Een gebaar om nooit te vergeten. ‘Het bloed’ - zo voegen Marcus en Matteüs daaraantoe – ‘dat zal worden uitgegoten ‘tot vergeving van zonden’. Geofferd zal Jezus worden als het Paaslam, teken van bevrijding. En het is ook onze taak, doorge­geven van vader op dochter en van moeder op zoon, om dit gebaar nooit meer te ver­geten, het door te zetten in ons eigen bestaan. Zijn levensverhaal, zijn verhaal van dienst­baarheid, het verhaal van dat laatste avondmaal, zal worden doorverteld. Niet door men­sen die van de dood houden, maar door mensen die hartstochtelijk van het leven houden!

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a.