1ste Advent – A 1 december 2019.Muiden.

Gepubliceerd op: 01/12/19

Wij leven weer in de tijd van verwachting. Vol verwachting klopt ons hart.

December is de maand van geven en ontvangen. Hoe geven wij? Soms geven wij elkaar iets vanuit ons hart. Soms zijn het ook loze gebaren. U kent die lege gebaren wel: even gauw een tientje in een lege enveloppe. Loze gebaren, want je zit er zelf niet in. Zo'n cadeau be­middelt niet, zegt niets over jou en de ander. Of we willen quitte spelen. ‘Hoeveel zullen we dit jaar aan het cadeau van ome Jan besteden?’ ‘Wat hebben we vorig jaar ook al weer van hem gehad?’ Of we geven elkaar relatiegeschenken, Dat woord zouden we eigenlijk nooit meer moeten gebruiken, want vele cadeaus brengen helemaal geen relatie tot stand: de gever is voornamelijk vaak uit op omzetvergroting!

Het mooiste geschenk vind ik nog steeds de surprise. Een klein geschenk, met zorg gekozen en goed gegeven, als het even kan zélf gemaakt, zorgt ervoor dat je wel bij de ander overkomt. Dat geschenk is drager, zegt iets over jou en de ander. Bij een surprise gaat het ook nooit om de prijs. Het wordt gegeven met het hart op de juiste plaats. December is ook de maand, waarin wij ons mogen voorbereiden op de grootste surprise die we ons kunnen indenken. In doeken gewikkeld geeft God ons zijn eigen Zoon. God geeft zichzelf in zijn eigen Zoon.

Kinderen schrijven ongeremd hun verlanglijstjes. Als volwassenen hebben wij onze verwachtingen bewust of onbewust teruggeschroefd. Veel idealisme uit onze jeugdjaren is vervlogen, geblokkeerd door allerlei teleurstellingen. Het leven zelf heeft onze ver­wachtingen vaak behoorlijk teruggeschroefd. Durven wij onze diepste verlangens nog wel uit te spreken? Wat staat er allemaal op ons verlanglijstje: een betere wereld, een einde aan alle ziekte en dood, geen oorlog meer, geen werkeloosheid, een einde aan alle onrechtvaardigheid in ons leven en in die grote wereld? Het is belangrijk dat we onze verlanglijstjes schrijven tot ver over Sinterklaas heen! Advent is een tijd van waken en wachten, niet van afwachten. Weest waakzaam, want gij kent dag noch uur! Ook om ons heen lijden mensen geestelijk honger. Of zijn intussen onze oogleden zo zwaar geworden, dat we ze nauwelijks open kunnen houden, zoals Jezus moest ervaren bij z'n vrienden in de Olijvenhof: ‘kunnen jullie dan geen uur met Mij waken?’ Met onze ogen open, met onze handen uitgestoken, uitgestrekt naar de Komende. Wij steken vandaag de eerste van de vier Adventskaarsen aan. Een klein lichtje vertelt ons dat de Heer nabij is. En wij mogen bidden: God, verscholen in den hoge, scheur de hemel open en kom! Zijn komst verwachten is: zélf een stukje wegscheuren van de hemel, en God zal zelf zorgen dat de héle lucht gezuiverd wordt!

 

Vanaf de eerste lezing van het nieuwe liturgische jaar wordt de kringloop doorbroken. In het visioen van Jesaia lopen de volkeren en naties niet in een cirkel. Ze zijn ergens op weg naar toe. Ze hebben een doel. Ze komen van alle kanten op een bergtop af. Ze zijn op weg naar het heiligdom. Ze zijn onderweg naar God en naar elkaar. Toen er nog niet zo veel mensen op de wereld waren liepen de mensen alle richtingen uit. Zij vestigden zich over heel de wereld. Maar sinds we weten dat de aarde rond is, weten we ook dat we elkaar dan uiteindelijk weer tegenkomen. Onderweg weet je niet wat je tegenkomt. Daarom zijn we als mensen tot de tanden toe gewapend. Maar als we niet meer over de aarde worden verspreid, maar elkaar halverwege weer tegenkomen, krijgen we de opdracht samen verder te trekken. En onderweg, zegt de profeet Jesaia, gebeuren er opvallende dingen. Dan worden zwaarden omgesmeed tot ploegijzers en sikkels.

Niet in een gesloten cirkel van altijd hetzelfde, maar onderweg naar iets toe. De Schrift zegt: naar Iemand toe, naar een wonderbaarlijke raadsman, een goddelijke held, een kind van vrede. Het heeft zin om vier weken lang de kaarsen aan te steken, een voor een, zodat het elke week wat lichter wordt. En daarmee is de adventskrans geen cirkel, maar een spiraal, want we trekken verder door de geschiedenis, op weg naar God, Hij geeft ons zijn Zoon als kerstgeschenk. De hele maand december staat bol van geven en ont­vangen, van wachten en verwachten. Sommigen onder u zullen zeggen: laat het maar eerst Sinterklaas worden, Kerstmis zal spoedig volgen’.
Vol verwachting klopt ons hart. Ook als het om kerstmis gaat? Er is een onderscheid tussen afwachten en verwachten. Met Sinterklaas wacht je maar af wat je krijgt. Het kan een feest van verwachting worden als de handen uit de mouwen gaan.  Een moeder wacht niet af tot haar kindje komt, zij verwacht. Afwachten doe je met je handen in je zakken, verwachten doe je met je handen uit de mouwen. Van alles moet nog geregeld worden voordat het kindje kan komen: een kinderkamer, beertjesbehang, de drempel naar Préna­tal wordt uitgesleten, geboortekaartjes besteld.

Leef ik in afwachting van wat komen gaat of verwachten we nog iets van dit leven? Het is Advent, tijd van waakzaamheid, tijd om wakker te worden en je bewust af te vragen: waar sta ik? Waarvoor leef ik eigenlijk? Of laten we ons meeslepen, zoals eertijds in de dagen van Noach? Ook velen leefden in die tijd op het ritme van de dagen, werden meegezogen in de maalstroom. Ook Noach voelde de zuigkracht van de tijd, maar hij liet zich niet meesleuren en richtte zijn leven in volgens Gods geboden.
‘Dan zullen er twee op de akker zijn, de een wordt meegenomen en de ander op de akker achtergelaten’, zegt het evangelie van vandaag. Zo gaat het nu nog. Bij alle beroerdigheid in de wereld wordt de een bewogen, de ander laat zich meeslepen. Werken aan een betere wereld? De een laat zich meeslepen en zet zich daarvoor in, een ander blijft onbe­wogen, praat er alleen maar over en gaat weer over tot de orde van de dag.

Noach maakte een keuze, liet zich niet meesleuren in de maalstroom van zijn tijd. En wij? Is voor ons het leven ook meer dan eten en drinken, tv-kijken en achter de computer zitten? Maken we ons daar alleen zorgen om? De Adventstijd probeert ons los te weken van dit dodende ritme. Richt je op de komst van de Heer, laat je hart, maar vooral je handen, vol van verwachting zijn. Dan overvalt de dag van de Heer je niet onverhoeds zoals de zonde-vloed de mensen overviel ten tijde van Noach.

Advent betekent: verwachten, niet afwachten met je handen in je zakken, maar je open­stellen voor het grote geschenk dat God ons met kerstmis wil geven. Een surprise waar Jezus écht helemaal in zit. Alle cadeaus met Sinterklaas zullen erbij verbleken, want met Kerstmis gaat het om het geschenk van God zelf, zijn eigen Zoon.

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker S.M.A.