4e zondag Veertigdagentijd – C – 31 maart 2019. Weesp

Gepubliceerd op: 01/04/19

Wie is in het verhaal eigenlijk de Verloren Zoon? Het is volgens mij niet de zoon die wegliep, maar de zoon die braaf thuisbleef. De oudste zoon is niet veeleisend. Hij is niet op de erfenis uit en hij blijft keurig bij zijn vader thuis. Maar wat wordt hij kwaad als zijn broer, die van huis is weggelopen, weer met open armen wordt ontvangen. Hij gunt hem dat welkom helemaal niet. Daarmee wordt duidelijk waarom hij is thuisgebleven. Hij is niet thuisgebleven omdat hij het thuis zo geweldig vond, maar omdat hij van zijn vader hoopt te profiteren. Hij wil er beter van worden, er beter aan toe zijn dan die stomme­ling van zijn broer die wegliep van huis.
Maar nu blijkt zijn opzet mislukt. Als ik thuis blijf, zal mijn vader me belonen! Maar dat valt tegen: de vader wil gewoon goed zijn, rijk aan barmhartigheid, met een hart voor iedereen die thuis wil zijn. En dát kon de oudste niet zien, omdat hij tegenover zijn vader met de gedachte stond: hoe kom ik bij hem in de gunst? De oudste zoon blijkt van hetzelfde hout gesneden te zijn als de zoon die wegliep, omdat hij niet wilde inzien hoe goed zijn vader wil zijn. Dat breekt hem op. Hij is verloren en de verloren zoon wordt gered, want de jongste is degene die zich écht bekeert. Voor hem staat in de relatie zoon-vader niet hijzelf maar zijn vader centraal!

Mag ik deze vergelijking doortrekken. Er zijn nogal wat mensen die denken dat wij het best getroffen hebben met ons geloof. We hebben immers veel voor op mensen die niet geloven en die  nooit meer naar de kerk gaan! We liggen mijlen voor op hen die het avontuur zoeken in het leven. God vindt mensen die naar de kerk gaan en geloven immers sympathieker dan mensen die dat niet doen. Maar als dat zo is, dan leert het Evangelie ons vandaag dat we op deze manier nooit ontdekken wie God in ons leven wil zijn. Als we zó denken gaat het niet om God maar om ons. Dan willen we beter worden van ons geloof, door bij God in de gunst trachten te komen. We willen dan bij God in het gevlei komen. Maar deze parabel leert ons dat we dat helemaal niet hoeven te proberen, want we staan al bij hem in de gunst!

Jezus vertelt dit verhaal niet voor niets. Tussen zijn gehoor zitten tollenaars, zon­daars en farizeeën. De zonen die thuisblijven, dat zijn de mensen die prat gaan op eigen verdiensten. Zij denken dat zij de hemel zélf kunnen verdienen door trouw te blijven aan Gods wetten. Intussen trappen zij met alle geweld naar de verloren zonen. Dat neemt Jezus niet. Hij kiest hun kant, gaat om met tollenaars en zondaars, praat met een publieke vrouw bij de bron en plukt een tollenaar uit een boom. Hij kiest niet voor hen die geen geneesheer nodig hebben. Maar hij vertelt dat God ook de oudste zoon niet laat vallen: ‘Jij bent altijd al bij me en alles wat van mij is, is ook van jou’ (Lucas 15,31). Maar de oudste zoon wil meer, hij wil wraak, de jongste broer gestraft zien. De goedheid van de Vader vindt hij maar onredelijk. Het  verhaal blijkt hetzelfde motief te hebben als de ‘arbeiders in de wijngaard’. Degenen die één uur werken krijgen evenveel betaald als degenen die de hele dag in de hete zon gewerkt hebben! Ook zo onrechtvaardig vinden sommigen!

De Vader vindt dat de jongste zoon récht heeft op een feest. ‘Die broer van jou was dood en is weer levend’, zegt hij. Hij bestond niet meer voor de familie! Er wordt niet meer gesproken over de schuldvraag. Vader denkt aan alle ellende die de jongste heeft doorgemaakt. De jongste belijdt zijn schuld, zijn vader begrijpt het en laat hem niet eens uitspreken. Wat is dat joch toch veranderd! Wat heeft hij allemaal moeten mee­maken! Waar is die avontuurlijke, eigenzinnige, trotse bink van vroeger? Overigens, eind goed, al goed! Hij was dood en is weer levend geworden, hij wil weer lid zijn van een herstelde familie. De familie was uit elkaar gevallen, maar ze zijn weer bij elkaar. Dat is reden tot feesten. Moet je dat herstel wegwuiven met je eigen gelijk aan je kant? Wat heeft die schuldbelijdenis de jongste zoon hem niet gekost? Hij is de jongere broer die zijn schuldige hoofd heeft gebogen!
Natuurlijk kun je onrecht nooit helemaal recht trekken. Gelijk en ongelijk kun je als een ontbijtkoek verdelen. Familieruzies kun je niet uitpraten, daar is het leven veel te kort voor. Het gaat niet om verloren en thuisgebleven zonen die elkaar van alles naar de kop slingeren. Het gaat om de goedheid van de Vader, om de goedheid van een herstelde familierelatie. We kunnen beter zelf kijken hoe wij geleden onrecht herstel­len. Ook door schelden, de ander niet meer aankijken, kapot lasteren, doodzwijgen, aframmelen of doodsteken? Maar wat heb je dan? Natuurlijk, het recht in  je zak, maar verder? Niemand wordt daar een sikkepit beter van! Jezus heeft gelijk: verder leven kun je alleen als alles drijft op vergeten en vergeven.

Dat is de manier van God zelf! Dat schept ook nieuwe mogelijkheden. Dan gaat het niet meer om jou en jouw gelijk, maar dan gaat het om het herstel - de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Dat is Pasen: nieuwe wegen, nieuwe kleren, een nieuwe ring, nieuwe sandalen. Ze horen er bij. Pasen is het feest van het voltallig gezin, rond dezelf­de tafel, met gebroken brood en uitgegoten wijn tot vergeving van zonden!

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a.