7de zondag van Pasen- C 2 Juni 2019. Muiden.

Gepubliceerd op: 06/06/19

Bij  Jezus wisselden de lente- en herfstdagen zich af. Goede Vrijdag was zo’n herfst­dag, die uit zou lopen op de zwarte winter van de dood. Maar naast de kilte van de herfst heeft Jezus ook dagen van geluk gekend: zomerse dagen. Dan vloeide Jezus over van dankbaarheid en geluk. En dan begint Hij spontaan te bidden.

In het evangelie van vandaag vinden wij wat is gaan heten - het Hoogpriesterlijk Gebed. Dan bidt Jezus voor alles en iedereen. Net zoals wij: als wij van geluk volstromen, zouden we wel iedereen willen omhelzen. We zouden de wereld vol bloemen willen strooien, vriendelijke woorden willen spreken, zelfs tegen mensen die we eigenlijk maar lastig vinden. Jezus bidt voor alles en iedereen. Hij bidt om eenheid onder de mensen: dat ze van elkaar houden en barmhartig zijn, zoals Jezus en zijn Vader van elkaar houden en zoals Jezus en zijn hemelse Vader barmhartig zijn. Jezus vraagt van­daag aan zijn Vader dat zijn volgelingen de naam van de Vader bekend mogen maken. En die naam betekent ‘Ik-ben-er-voor-jou’. En tenslotte bidt Hij om de komst van de Geest die, na zijn heengaan, de leerlingen zal blijven inspireren om op de ingeslagen weg van de liefde, de weg van de barmhartigheid, verder te gaan.

In de eerste lezing hoorden wij hetzelfde: Stefanus is vervuld van de Heilige Geest en hij ziet het helemaal zitten. Hij roept uit in opperste verrukking: ‘Ik zie de hemel open en Jezus staande aan Gods rechterhand’ (Handelingen 7:56). Maar de werkelijkheid is vaak hard. Stephanus staat buiten in de open lucht. De aasgieren verzamelen zich al in de verte. Zijn moordenaars zijn bezig hun overjassen in te leveren bij een man die Saulus heette. Maar op dat kritieke moment gaat voor Stefanus de hemel open. De stukken val­len op hun plaats. De hemel en de aarde raken elkaar. Een ongehoord verhaal na de he­melvaart van Jezus. En Stephanus roept het luid uit: ‘Heer, reken hun deze zonde (deze steniging) niet aan’. Waar had hij dat vandaan? Dit kwam ongetwijfeld van Jezus zelf die aan het kruis bad: ‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen’.
Is dit een oud verhaal dat zijn glans verloren heeft? Dominee Martin Luther King zei ooit: ‘Doe met ons wat jullie willen. We zullen van jullie blijven houden. Gooi ons in de ge­vangenis, we zullen doorgaan met lief te hebben’. En ook Etty Hillesum, het in de oorlog omgekomen Joodse meisje uit Hilversum, schreef in haar dagboek: ‘Ik heb vandaag een Duitse soldaat ontmoet. Ook de andere kant heeft voor mij in hem een gezicht gekregen. En ik weet hoe ook hij lijdt onder de verschrikkingen van de oorlog en zijn vrouw en kinderen ontzettend mist. Daarom zal ik vanavond ook voor hem bidden’. Jezus bidt. In zijn voetspoor doet Stefanus dat ook, en Ds Martin Luther King en Etty Hillesum en zovele anderen.

De vraag is wel hoe je naar God toegaat? Volgens mij en Pater Ambro Bakker, zijn er twee manieren. Ik zal u een voorbeeld geven. Koningin Victoria van Engeland had op 'n dag een geweldige ruzie met haar man. Hij rende woedend de kamer uit en sloot zich op in zijn kamer. Wit van woede rende de koningin hem achterna. Ze bonkte keihard op de deur en op de vraag ‘wie is daar?’, antwoordde ze: ‘Ik ben het, de koningin van Engeland!’, want, zo dacht ze, voor de koningin van Engeland gaan alle deuren open! Maar ze had buiten de waard gere­kend, de deur bleef dicht en de prins gaf niet eens antwoord. Na een half uur was haar woede gezakt. De koningin ging opnieuw naar boven en klopte zachtjes op de deur. Op de vraag ‘wie is daar?’, antwoordde ze nu: ‘ik ben het, Albert, je vrouw’. Toen ging de deur met een zwaai open.
Zo gaan wij ook soms naar God toe. Dan bonzen wij op de deur en roepen: doe open, God, want ik kom eraan! Zet de deur maar wagenwijd open, want als mens heb ik fat­soenlijk geleefd! Ik heb nooit ruzie gemaakt (behalve toen ik het niet met de ander eens was)! Ik heb nooit met mijn ellebogen gewerkt (behalve toen iemand bij de bushalte wilde voorkruipen)! Ik heb van iedereen gehouden (behalve van die vervelende mens naast me, maar die heeft het ernaar gemaakt)! Doe daarom de deur maar open, God, want zijne majesteit komt eraan!" En God zal antwoorden: ‘Mens, ik weet niet eens wie je bent en waar je vandaan komt" (Lucas 13:25).

In de geboortekerk van Bethlehem zaten vroeger grote poorten. Mensen konden, zittend op hun paard, de kerk inrijden. Later werden de poorten dichtgemetseld op een kleine opening na. Je moet je nu diep bukken om de kerk naar binnen te kunnen gaan. Eigenlijk een prachtige symboliek: mensen hoog te paard komen bij God niet binnen! Mensen die hun hoofd voor God weten te buigen wél. Wij kloppen te veel bij God aan alsof we zelf koning zijn en laten dan onze eigen haan koning kraaien. Maar God wil ons alleen ont­vangen, als we de onbevangenheid hebben van een klein kind. Jezus bidt tot zijn Vader: niet hoog te paard, maar in gesprek van Vader en Zoon. Jezus bidt, maar als geen ander was hij ervan overtuigd dat er na de kille winter er weer een nieuwe lente en zomer zou volgen. En dat wensen wij elkaar vandaag ook weer van harte toe.

Pater Jan Haen C.Ss.R. en Pater Ambro Bakker s.m.a.