Hemelvaart: Handelingen 1,1-11

Gepubliceerd op: 06/06/19

Is het jullie opgevallen dat Lucas zijn evangelie eindigt, waarmee hij het boek Handelingen, dat ons vertelt over het ontstaan van kerk, begint: namelijk  de hemelvaart van Jezus. In de veertig dagen dat Jezus nog bij zijn leerlingen was na zijn verrijzenis, sprak hij met hen over het Rijk Gods. Dat betekent dat niet zozeer de kerk centraal mag komen te staan in de wereld, in ons leven, maar datgene waarvan de kerk getuigen mag: dat het Gods Rijk is aangebroken.

Lucas benadrukt dat Gods plan verder reikt dan het herstel van het koninkrijk voor Israël. God wil redding brengen aan alle volken, aan iedereen. Dat niet alleen Joden, maar ook niet-Joden kunnen deelnemen, is nieuw en wordt in de Handelingen van de apostelen beschreven als het werk van de Geest. Het Rijk van God is al aanwezig, want gefundeerd op de kracht van de Geest, die in Jezus werkzaam was en nu in de leerlingen zal gaan werken. Wanneer de heilige Geest over jullie komt zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn, tot aan het uiteinde van de aarde, hoorden we Jezus tegen hen zeggen. En dan verdwijnt Jezus naar God, hemelvaart. Hemelvaart zegt ons op de eerste plaats dat de leerlingen, en dus ook wij, zonder zijn directe aanwezigheid verder moeten. Dit lijkt dramatisch, en is zeker zo gevoeld, maar het is in feite een geschenk. De mogelijkheid om rondom Jezus te blijven hangen en je aan hem vast te klampen is weg.

De reactie van de leerlingen op hemelvaart is dat zij naar de hemel blijven turen. Deze neiging is ook ons bekend. Wij zijn geneigd niet naar de hemel te kijken, maar wel naar boven, naar ons verstand. De hersens hebben voor velen in onze samenleving de plaats van God ingenomen. Verbazingwekkend is dit niet. Met de hersens hebben wij mensen veel bereikt; denk aan de wetenschap, de techniek, de gezondheidszorg, onze communicatiemiddelen. Met onze hersens zijn we tot veel in staat; er zijn mensen die denken dat zij met hun hersens zelfs geluk kunnen maken. Maar een mens is meer dan zijn hersens; ieder van ons beschikt ook over gevoel, en over een hart. Ons gevoel en ons hart zeggen ons, dat wij ons geluk, ons heil niet in eigen hand hebben. Je kunt niet opgaan in, noch je verschuilen achter, je verstand. We zijn samen kerk. Ons samenzijn als kerk kan ieder van ons behoeden, om het contact met het eigen gevoel en hart, het contact met elkaar, het contact met Jezus, wiens leerling we zijn, te verliezen.
Op de tweede plaats zegt hemelvaart de leerlingen en dus ook ons, dat Jezus niet snel zal terugkomen. Eerst moeten de leerlingen van Jezus, met kracht van de Geest, hun opdracht vervullen. ‘Wat staan jullie naar de hemel te kijken,’ krijgen de leerlingen te horen. Hun opdracht is niet om de hemel te verkondigen, of mensen tot de kerk te bekeren. Als christen ben ik voor andere mensen niet interessant omdat ik tot een kerk behoor, maar om wat ik hen te zeggen en te bieden heb. Zelf ben ik verantwoordelijk voor wat ik zeg en doe. Dit geldt voor ieder van ons. 
Jezus is niet meer lijfelijk onder ons, en wij kunnen hem niet imiteren. Het is onze opdracht van hem te getuigen, met andere woorden: hem na te volgen. Je hebt geen enkel houvast, kunt je achter niemand verschuilen, en bent geheel en al aangewezen op jouw eigen persoonlijkheid, jouw aanwezig zijn. Jouw leven met alles wat je vertrouwd is staat voortdurend op het spel, als je naar voren gericht bent, op de toekomst. Op de toekomst zijn christenen gericht, want Gods koninkrijk ligt niet achter ons maar voor ons. Hoe deze toekomst er concreet uitziet weet geen mens, en dat maakt leven spannend.

In de vele situaties waarin je terecht komt ervaar je jezelf als kwetsbaar, net zoals de ander kwetsbaar is die je ontmoet, of deze nu bekend is of vreemd. Voortdurend staat ons leven op het spel, en dat voelt zwaar, want ten diepste weten we, dat we ons zelf niet kunnen redden. Terugvallen op Jezus, ons verleden, onze kerk kunnen we niet. Aangewezen op jezelf - kan het zijn, dat juist dan een ander die je ontmoet in jou iets van Jezus en zijn kerk ervaart; of andersom: jij in die ander Jezus tegenkomt. Dat is het werk van de Geest. De Geest geeft ons de kracht om pretentieloos en toekomstgericht te leven.

Dat zovelen bang zijn binnen onze wereld om gewoon zichzelf te zijn en zich te laten zien, opgesloten zitten in hun verstand, dat geeft mij een rot gevoel. Dit rot gevoel heb ik hier gelukkig niet. Ons samenzijn hier bemoedigt mij, en naar ik hoop ook jullie, houdt ons open voor de werking van Gods Geest. Kom o Geest, vervul ons met jouw kracht.

Pater Jan Haen C.Ss.R.